zaterdag 8 december 2012

Daddy Long Legs - St James Theatre



Om de hoek van de theaters waar de grote musicals ‘Wicked’ en ‘Billy Elliot’ staan, ligt een gloednieuw theatercomplex verscholen. Het St James Theatre is Londen’s eerste nieuw gebouwde theater in 30 jaar en is een initiatief van Robert Mackintosh, de jongere broer van Cameron. Het theater kent een fijne zaal met ruim 300 plaatsen en een kleinere studio die plaats biedt aan zo’n 100 bezoekers. Daarnaast kent het sfeervolle complex een bar en brasserie.
De eerste musical hier te zien is ‘Daddy Long Legs’ met tekst en muziek van Paul Gordon en script en regie door Jon Caird. Dit team was ook verantwoordelijk voor de musical ‘Jane Eyre’ die in Canada de oorsprong vond en in 2000 op Broadway te zien was.
De basis voor ‘Daddy Long Legs’ is de roman van Jean Webster uit 1912 en is al diverse malen verfilmd. Deze musicalversie dateert uit 2009 en is al met veel succes in de Verenigde Staten opgevoerd. Nu dus in Londen waarbij de originele cast Megan McGinnis en Robert Adelman Hancock hun rollen in reprise nemen.
Het verhaal gaat over de 18-jarige wees Jerusha Abbott die in het John Grier Home woont en wiens opleiding betaald wordt door een mysterieuze weldoener Mr John Smith. De enige voorwaarde die hij stelt is dat Jerusha hem maandelijks een brief schrijft maar van hem geen brief terug verwacht. Jerusha bedenkt als bijnaam voor hem Daddy Long Legs, het enige wat zij namelijk van hem heeft gezien is zijn profiel toen hij het weeshuis kwam bezoeken en de schaduw die vooruitgeworpen werd waarvan vooral de lange benen haar zijn bij gebleven en haar doet denken aan de gelijkgenaamde spin. Verder bedenkt ze zich dat hij ook wel oud zal zijn en kaal ...
Maar niets van dat alles. Haar mysterieuze weldoener is Jervis Pendleton, een jonge aantrekkelijke vrijgezel uit New York en een oom van een van haar schoolgenootjes. En terwijl Jerusha haar meest persoonlijke gedachten deelt met haar Daddy Long Legs kan hij in het geheim getuige zijn van Jerusha en haar ontwikkeling van een schuchter meisje naar een zelfbewuste jonge vrouw. Er ontwikkelt zich een bijzondere band tussen de twee die balanceert tussen het intellectuele en het emotionele. Jervis die toch langzamerhand wel gevoelens krijgt voor Jerusha en Jerusha die op haar beurt zich open stelt naar haar mysterieuze weldoener zonder dat ze daar iets voor terugkrijgt en hem ook nog eens in vertrouwen neemt over ene Jervis die ze intussen ontmoet heeft. Het verhaal kabbelt wel een beetje voort maar is onderhoudend genoeg om de aandacht ten volle vast te houden. Vooral ook omdat je als publiek weet hoe de vork in de steel zit maar niet hoe het verloop van het verhaal zal zijn.
Het decor van David Farley en het lichtplan van Paul Toben is eenvoudig maar prachtig gemaakt. Een sfeervolle oude studeerkamer met houten panelen en vele boeken. De tijd en plaats van handeling wordt duidelijk gemaakt door smaakvolle tekstprojecties op de wanden van de bibliotheek, en de diverse locaties worden verbeeld door projecties achter de openslaande ramen die dan New York of Lock Willow suggereren.
De prachtige muziek van Paul Gordon sprankelt en wordt gespeeld door een 6-koppig ensemble onder leiding van Caroline Humphris en is fantastisch om naar te luisteren.
‘Daddy Long Legs’ blijkt een emotionele avond en een musical die naast veel warmte ook veel humorvolle elementen kent. Op de voorgrond staan vooral de fantastische prestaties van de cast. McGinnis die Jerusha niet speelt maar gewoonweg is en me tot tranen toe weet te ontroeren. En Hancock die in het begin van het stuk wat op de achtergrond aanwezig is maar naarmate de avond vordert steeds meer op de voorgrond treedt en de wat kille afstandelijke man die hij lijkt achter zich laat.
De voorstelling die ik zag was de laatste ‘Daddy Long Legs’ in Londen maar ik hoop dat er nog meer van dit soort prachtige en ontroerende musicals in het St James Theatre geprogrammeerd gaan worden.
Deze voorstelling zag ik 's avonds op zaterdag 8 december 2012
© foto Meghan Moore

Kiss Me Kate - The Old Vic


Voor je het weet is de laatste dag in Londen aangebroken. Die ochtend ben ik al vroeg in The Old Vic omdat ik ook had geboekt voor de tour door dat theater als ik alarmerende briefjes in de foyer zie hangen. Hannah Waddingham is ziek en heeft vrijdagavond niet gespeeld weten ze me bij de box office te melden. Of ze die dag opgaat is nog niet zeker. Nou ‘fingers crossed’ dan maar. Eerder die week was een voorstelling helemaal gecancelled omdat zowel Hannah als haar enige understudy ziek was.

Na de tour (een aanrader trouwens!) op mijn gemak naar Tate Modern gewandeld, lunch en daarna weer terug naar The Old Vic. Jammer maar Hannah blijkt nog steeds ziek. Niet te missen overigens want naast aankondigingen overal in de foyers wordt het ook nog eens keurig omgeroepen bij aanvang van de voorstelling. Ze wordt vervangen door understudy Carolyn Maitland. En na de initiële teleurstelling blijkt zij een prima vervangster die de rol met verve speelt en ook vocaal weet te overtuigen.
Klassieker ‘Kiss Me Kate’ met muziek en teksten van de legendarische Cole Porter is een lust voor ogen en oren en deze revival productie onder een begenadigde regie van Trevor Nunn die de oorsprong had in het Chichester Festival Theatre zorgt ervoor dat je op het puntje van je stoel zit. De musical duurt bijna 3 uur maar de tijd vliegt om in een fantastische ervaring. Overigens is dit de eerste musical in tien jaar die in The Old Vic geprogrammeerd staat sinds artistiek directeur Kevin Spacey daar aan het roer staat.
De musical gaat over een groep acteurs die in het Baltimore van 1948 een musicalversie van Shakespeare’s ‘The Taming Of The Shrew’ op de planken brengen. Fred Graham is de regisseur, producent en mannelijke hoofdrolspeler en speelt het stuk samen met zijn ex-vrouw Lilli Vanessi. Een ander koppel wordt gevormd door voormalig nachtclubzangeres Lois Lane en haar gokkende vriend Bill Calhoun die overhoop ligt met een aantal gangsters. En over alle verwikkelingen en misverstanden die dat met zich mee brengt zowel op het toneel als achter de schermen. Het wordt pas echt ingewikkeld als het voor hen en hun alter ego’s uit het stuk Petruchio, Katharina, Bianca en Lucentio steeds moeilijker wordt om hun leven van de kunst te scheiden en andersom.
‘Kiss Me Kate’ zit naast het titelnummer vol met heerlijke klassiekers als ‘Another Op’nin Another Show’, ’ So In Love’, ‘Too Darn Hot’, ‘Always True To You In My Fashion’ en ‘I Hate Men’.
De cast is zonder uitzondering fantastisch met Alex Bourne als Fred en Adam Garcia als Bill. Voor de komische noot zorgen David Burt en een fantastische Clive Rowe als het gangsterduo. Erg genoten van hun ingehouden maar o zo grappige ‘Brush Up Your Shakespeare’. En niet te vergeten Holly Dale Spencer als Lois.
Het design voor deze show (decor en kostuums) van Robert Jones is geweldig en past prima in het tijdsbeeld van zowel de jaren ‘40 als de Shakespeariaanse tijd . Binnen een handomdraai is het toneelbeeld te veranderen in de set van The Shrew met een in vreemd perspectief gezette goudkleurige toneelboog en simpele maar ingenieuze constructies met lichte getekende doeken en lijnen waardoor de illusie van bijvoorbeeld een plein, paleis of een grote boom wordt verbeeld.
De kracht van die geweldige choreograaf Stephen Mear (‘Mary Poppins’, ‘Betty Blue Eyes’) wordt al gelijk duidelijk in de spetterende opening van de musical ‘Another Op’nin Another Show’ en ‘Too Darn Hot’ dat de tweede akte opent.
‘Kiss Me Kate’ in The Old Vic is om een song uit de show zelf te quoten simpelweg Wunderbar! en nog te zien tot en met 2 maart 2013.

Deze voorstelling zag ik 's middags op zaterdag 8 december 2012
© foto Catherine Ahmore

vrijdag 7 december 2012

Les Misérables - Queens Theatre


Oorspronkelijk stond deze klassieker niet op de planning maar toen er op rij D ineens een mooie plaats te boeken was, was de keuze snel gemaakt om toch nog de huidige cast in deze samenstelling te kunnen zien. Sierra Boggess en Linzi Hateley gaan de cast in januari verlaten.

Ook dit keer weer bleek ´Les Misérables´ een onvergetelijke en emotionele ervaring. Al eerder deed ik verslag van de voorstellingen tijdens het 25-jarig jubileumweekend in 2010.
Ik ken de voorstelling minutieus maar het is toch mooi om te zien dat ze na al die jaren toch steeds nieuwe kleine veranderingen brengen in de musical en erin slagen de voorstelling na 27 jaar nog steeds springlevend te houden. En dankzij de verfilming van Tom Hooper zal ook de theaterversie ongetwijfeld een nieuwe impuls krijgen.
De cast die momenteel in het Queens staat is geweldig. Voor de rol van Valjean was deze dag een understudy op. Chris Holland speelt normaal gesproken de rol van Courfeyrac in het ensemble. Hij speelde de rol van Valjean op zich prima. Maar Valjean moet tot in iedere vezel vervuld zijn van zijn lot en dat miste ik wel. 
Sierra Boggess is een fantastische Fantine. Ze zingt ´I Dreamed A Dream´ op een manier zoals ik die nog nooit gehoord heb en acteert geweldig en weet zo alles uit deze bescheiden rol te halen. 

Danielle Hope die na de rol van Dorothy in ´The Wizard Of Oz´ nu de getergde Eponine speelt, is vocaal misschien niet de sterkste die ik in de rol gezien heb maar ze is verder erg goed. Bovendien is haar samenspel met haar Marius Craig Mather mooi.

Cameron Blakely en Linzi Hateley zijn een heerlijk stel in de rol van de Thénardiers. Vooral van Hateley heb ik erg genoten omdat ze qua uiterlijk misschien niet de meest gangbare Madame Thénardier is maar dat ruimschoots goed maakt met haar zang- en acteerkwaliteiten.
Tam Mutu die ik een aantal keren zag in ´Love Never Dies´ zorgt ook in deze rol voor vocaal vuurwerk. Hij zet een fantastische emotionele Javert neer en bovendien met een heftigheid in zijn laatste scène zoals ik nog zelden bij die rol heb gezien.
Ook wel wat minpunten. Jammer dat in de rol van Cosette de laatste jaren van die vocale lichtgewichten worden gecast. Dit keer zag ik ene Samantha Dorsey. Nu is Cosette al niet zo’n interessante rol en als dan ook de hoge noten er met moeite worden uitgeperst helpt dat er niet echt aan. En ook Liam Tamne als Enjolras straalde niet echt het leiderschap uit die je bij die rol verwacht.
Al met al fijn om ´Les Misérables´ weer eens gezien te hebben en deze cast maakt een bezoek aan het Queens Theatre meer dan waard.
Deze voorstelling zag ik 's avonds op vrijdag 7 december 2012
© foto Michael Le Poer Trench

A Christmas Carol - Arts Theatre



Op donderdag zag ik de grootschalige musical ‘Scrooge’ gebaseerd op ‘A Christmas Carol’, een dag later in het kleine Arts Theatre een kleinschalige voorstelling van Simon Callow die na een succesvol seizoen in 2011 dit jaar in reprise ging. De ruimte van de foyer annex tea room van het theater is vervuld van de geur van ‘mulled wine’ en geeft al een heerlijk Kerstgevoel.
Callow is behalve acteur en regisseur ook schrijver en heeft diverse boeken over Dickens op zijn naam staan. Al eerder bracht hij twee korte verhalen van Dickens in het theater ‘Dr Marigold And Mr Chops’. En ook binnen de musical is hij geen onbekende, jaren geleden zag ik hem in de rol van Count Fosco in Lloyd Webber’s ‘The Woman In White’.
Hetzelfde verhaal maar een totaal andere benadering. De staging is heel simpel. Een donker toneel met aan weerszijden een aantal met kerstlampjes versierde stoelen. Een zwart doorzichtig scherm dat het toneel diagonaal overspant. De belichting is sober en muziek wordt spaarzaam gebruikt, af en toe hoor je flarden van God Rest Ye Merry Gentlemen. Op sommige momenten geven projecties een beeld van het Victoriaanse Londen of tikt een klok de tijd weg. En er dwarrelt wat sneeuw naar beneden. Het geluidontwerp van Ben en Max Ringham is bijzonder effectief en bepaalt ook een groot deel van de sfeer van de voorstelling.
Callow heeft het verhaal van ‘A Christmas Carol’ gecomprimeerd in een éénakter van 90 minuten waarbij het publiek ademloos luistert. Callow is een fantastische verteller die zijn woorden zorgvuldig weegt en brengt. Soms is hij de verteller van het stuk en op weer andere momenten impersoneert hij op een subtiele manier de diverse karakters van het verhaal van de verbitterde Scrooge tot de Cratchits.
Grootse effecten zijn niet altijd nodig. Callow is een meester in zijn prachtige vertelling van ‘A Christmas Carol’ en heeft er met zijn regisseur Tom Cairns een onvergetelijke ervaring van gemaakt.
Deze voorstelling zag ik 's middags op vrijdag 7 december 2012
© foto Joel Ryan

donderdag 6 december 2012

Merrily We Roll Along - Menier Chocolate Factory



Ik ben geen fanatieke Sondheim liefhebber. Veel van zijn meer lyrische en melodieuze musicals zoals ‘A Little Night Music’ en ‘Sweeney Todd’ vind ik prachtig maar vaker heb ik de neiging om bij veel van zijn andere werk uit pure frustratie na een paar nummers de CD speler uit te schakelen. ‘Merrily We Roll Along’ is zo’n voorbeeld en is misschien niet de meest logische keuze voor de feestdagen productie van de Chocolate Factory.
De originele Broadway productie onder regie van Hal Prince was een gigantische flop en sloot al na 16 voorstellingen. Nu is het de beurt aan Maria Friedman die hiermee haar regiedebuut maakt. Friedman speelde overigens zelf ooit de vrouwelijke hoofdrol in 1992 in de Leicester productie.
En de grootste plus van deze productie is ongetwijfeld ook dat juist actrice en zangeres en tevens Sondheimkenner Friedman de regie voert. Zij weet naarmate het stuk vordert toch de nodige emotie mee te geven die ervoor zorgt dat je enige compassie krijgt voor de karakters. Want anders is het toch een vrij afstandelijke en kille musical.
‘Merrily We Roll Along’ is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk uit 1934 van George S Kaufman en Moss Hart. In de musicalversie zijn teksten en muziek van Stephen Sondheim en George Furth schreef het script.
Het verhaal is vrij simpel en gaat over Franklin Shepard een idealistische student die uitgroeit tot succesvol componist en filmproducer, Charley Kringas zijn beste vriend en tekstschrijver en Mary Flynn schrijfster en criticus en een goede vriendin van Frank alhoewel zij meer wil dan alleen dat.
Andere belangrijke personages zijn Joe Josephson de producent van Frank en Charley’s shows en zijn vrouw Gussie Carnegie. Zij is een Broadway ster en speelt de hoofdrol in Musical Husbands. Later krijgt ze een relatie met Frank en trouwt met hem. Beth Spencer is Frank’s eerste vrouw en Meg Kincaid is actrice in Frank’s films en zijn maîtresse.
Het verhaal van de vriendschappen, relaties en intriges wordt chronologisch verteld maar dan wel in omgekeerde volgorde. De opening van de musical is in het Los Angeles van 1976 en aan het eind van het stuk zijn we terug in New York in 1957 en we getuige zijn van het ontstaan van de vriendschap van Frank, Charley en Mary als ze op het dak van hun appartement zitten om getuige te zijn van de eerste satelliet, de passerende Sputnik.
Jammer is wel dat de focus van het verhaal ligt op het personage van Frank waardoor je te weinig inzicht krijgt in de anderen uit de driehoeksverhouding. En vooral het inzicht mist in hoe ze geworden zijn zoals ze zijn.
De ironie van het stuk ligt vooral in het feit dat ze jonger en gelukkiger worden naarmate het stuk vordert zonder dat ze nog weten wat de toekomst voor hen in het verschiet heeft.
De cast is werkelijk fantastisch met Mark Umbers als Franklin, Damian Humbley als de licht chaotische Charley en Jenna Russell is geweldig als de getergde Mary. De overige rollen zijn ook prima bezet met vooral Josefina Gabrielle als de manipulatieve en licht hysterische Gussie en Clare Foster als Beth.
De muziek wordt fantastisch uitgevoerd door een 9 koppige band in mooie arrangementen van Jonathan Tunick en het geluidsontwerp is subliem. Het design van Soutra Gilmour is vrij statisch maar dient het verhaal goed en weet door kleine aanpassingen in de set en vooral de kostuums de omgekeerde reis van de jaren ‘70 tot de jaren ‘50 goed weer te geven. En het mooie lichtplan is van de befaamde David Hersey.
Deze versie van ‘Merrily We Roll Along’ werd unaniem lovend door de pers ontvangen en dat is terecht. De uitvoering is in alle aspecten meer dan fantastisch, verder is het vooral een kwestie van smaak. Als ik in het theater zit vind ik het belangrijk om ontroerd te raken en gegrepen te worden door het verhaal. En waar ik dat bij bijvoorbeeld bij de Sondheim musicals ‘Sunday In The Park With George’ en ‘A Little Night Music’ in dezelfde Chocolate Factory wel had, miste ik dat enigszins bij deze productie.
De speelperiode voor ‘Merrily We Roll Along’ is inmiddels met twee weken verlengd en is nog tot en met 9 maart 2013 te zien.
Deze voorstelling zag ik 's avonds op donderdag 6 december 2012
© foto Alastair Muir

Scrooge - London Palladium



Londen in december is natuurlijk heerlijk. Genieten van de sfeervol verlichte straten, de prachtige etalages. De Kerstsfeer heerst alom. Ook het London Palladium werkt mee en daar is in deze periode de musical ‘Scrooge’ van Leslie Bricusse te zien.
De musical volgt het verhaal van Charles Dickens’ ‘A Christmas Carol’ vrij getrouw. De naargeestige vrek Ebenezer Scrooge wordt op Kerstavond bezocht door de geest van zijn vroegere zakenpartner Jacob Marley, waarbij hij tot inzicht komt nadat hem een blik wordt gegund in Kerstmis van heden, verleden en toekomst. 
De hoofdrol is voor rasentertainer Tommy Steele. Steele is inmiddels 76 en was al in de jaren ’50 uiterst succesvol als tieneridool en rock & roll zanger. In de jaren ’60 maakte hij de overstap naar een carrière als musicalacteur op zowel het witte doek als de planken en was in onder andere ‘Hans Christian Andersen’, ‘Finian’s Rainbow’ en ‘Half A Sixpence’ te zien.  Later was hij te zien in ‘Singin In The Rain’ in hetzelfde Palladium en in die andere Bricusse musical ‘Doctor Dolittle’.
In 2003 was Steele voor het eerst te zien in de titelrol van ‘Scrooge’. Een rol die hij in vele jaren daarna ook vertolkte en hij is na 2005 nu opnieuw in het London Palladium te zien.
Toegegeven met niet al te veel verwachtingen neem ik mijn plaats in. Maar ondanks alle negatieve berichten die ik op internet over de bezettingsgraad van deze productie lees zit de zaal tijdens deze matinee toch goed vol.
Al bij het openingsnummer ‘Sing A Christmas Carol’ zit ik met kippenvel. De muziek is ‘vintage musical’ maar klinkt erg prettig en dient het verhaal prima met mooie solo’s, duetten en grote ensemblestukken als ‘December The Twenty-Fifth’, ‘Thank You Very Much’ en de finale voor de pauze ‘I Like Life’.
De cast bestaande uit volwassenen en kinderen is groter dan bij menig West End musical en er wordt fantastisch gezongen. Mooie prestaties van Barry Howard als Jacob Marley, James Head als Ghost Of Christmas Present en Sarah Earnshaw is een prachtige Ghost Of Christmas Past.
Tommy Steele met een tandpasta-glimlach van oor tot oor is natuurlijk niet de meest logische keuze voor Ebenezer maar hij weet je gedurende de voorstelling wel helemaal in te pakken en hij is eerlijk gezegd hartverwarmend. De energieke Steele is bijna gedurende de hele voorstelling op het toneel en hij zingt verrassend goed.
Het verhaal over Scrooge, zijn familie, de Cratchits en Tiny Tim is natuurlijk al in alle mogelijke varianten opgevoerd en vormgegeven maar als in het verhaal Kerstochtend aanbreekt zit ik toch weer te snotteren.
Het indrukwekkende decor en kostuums van Paul Farnsworth zijn traditioneel ouderwets maar de Victoriaanse taferelen passen mooi bij deze musical evenals de prachtige belichting van Nick Richings. De speciale effecten van illusionist van Paul Kieve zijn niet altijd even verrassend maar zorgen toch voor een paar mooie theatrale effecten.
‘Scrooge’ is zeker een aanrader, een musical in de meest pure zin van het woord en af en toe een beetje pantomime maar dat mag de pret niet drukken. En Steele is een pure entertainer dat blijkt ook uit het onderonsje met het publiek na het slotapplaus. Natuurlijk is het geregisseerd en doet hij dat bij elke voorstelling maar het geeft je wel een fijn gevoel.
Deze voorstelling zag ik 's middags op donderdag 6 december 2012
© foto Donald Cooper

woensdag 5 december 2012

Privates On Parade - Noël Coward Theatre



Het Noël Coward Theatre is tot februari 2014 de basis voor de Michael Grandage Company. Grandage is voormalig artistiek leider van het Donmar Warehouse en brengt samen met executive producer James Bierman een vijftal nieuwe producties op de planken.
Na ‘Privates On Parade’ volgt nog ‘Peter And Alice’ met Judi Dench, ‘The Cripple Of Inishmaan’ met Daniel Radcliffe, ‘A Midsummer Night’s Dream’ met David Walliams en Sheridan Smith en ‘Henry V’ met Jude Law.
Maar als eerste productie dus ‘Privates On Parade’ oorspronkelijk een toneelstuk uit 1977 geschreven door Peter Nichols en gebaseerd op zijn eigen ervaringen en met onweerstaanbare muziek van Denis King.
Grandage regisseerde ‘Privates’ eerder in 2001 voor het Donmar, toen met Roger Allam in de hoofdrol. ‘Privates’ werd in 1982 verfilmd met onder andere John Cleese en Dennis Quilley in de hoofdrollen.
Het verhaal speelt zich af in het Maleisië van 1948 waar communistische opstandelingen door de Britse strijdkrachten worden bevochten en meer bepaald over de fictieve eenheid SADUSEA (Song And Dance Unit South-East Asia) die de andere militairen moeten entertainen.
Simon Russell Beale speelt de flamboyante Captain Terri Dennis, die regisseur van het gezelschap maar ook de ster van de show is, en die fantastische imitaties ten beste geeft van Marlène Dietrich, Carmen Miranda, Vera Lynn en Noël Coward.
Met een dergelijke rol is al snel het gevaar dat het een parodie wordt maar Russell Beale geeft ons ondanks de opzichtige façade en de aangeleerde maniertjes ook een ware blik op zijn eenzaamheid en zijn oprechte grootmoedigheid die ook later in het verhaal vorm krijgt.
Zijn vertolking geeft ook inzicht in zijn persoonlijke strijd en de problemen die het met zich meebrengt om in die tijd openlijk homosexueel te zijn. Russell Beale geeft een absolute vijf-sterren-performance en slaagt erin om het karakter zo neer te zetten dat je écht van hem gaat houden. Maar zijn maniertjes en rake one-liners zijn ook erg grappig. Alleen al zijn eerste opkomst op het toneel en de manier waarop hij geniet als hij voor het eerst letterlijk in de spotlights staat zijn onbetaalbaar.
De tweede akte is een stuk serieuzer en meer duister van toon als de in tradities vastgeroeste Major Giles Flack, een heerlijke rol van Angus Wright het gezelschap in gevaar brengt en levens op het spel worden gezet. Ondertussen ontstaan bij de mannen hechte vriendschappen en bijna onmogelijk lijkende liefdes.
Naast Russell Beale staat er een fantastische groep mannen op het toneel. Sophiya Haque als Sylvia Morgan is de enige actrice. Ze speelt een Euraziatisch meisje die veel minder naïef is dan ze lijkt. John Marquez is geweldig als de grofgebekte Corporal Len Bonny net als Joseph Timms die de jonge en naïeve Private Steve Flowers speelt. Harry Hepple ontroert als de zachtmoedige en vrouwelijke Charles Bishop.
De zwijgende onderdrukte meerderheid in het Maleisië van die tijd wordt vertolkt door Chris Chan als Lee en Sadao Ueda als Cheng. Maar de wraak van hun volk zien we pas aan het eind van het stuk als Grandage ons een verrassende blik in de toekomst werpt.
Christopher Oram heeft veel ontworpen voor het Donmar Warehouse en ook deze voorstelling draagt overduidelijk zijn stempel. Simpel maar bijzonder effectief en geholpen door het mooie lichtontwerp van Paule Constable voel je als het ware de hitte in de vervallen koloniale villa en de verkoeling als een tropische regenbui op het toneel losbarst.
‘Privates On Parade’ bleek een fantastische ervaring en hoewel het stuk uit de jaren ‘70 dateert blijkt het in 2012 allesbehalve oubollig. Naast alle humor en de onderhoudende showscènes zijn het vooral de emoties   van oprechte vriendschap en liefde die je bijblijven.
‘Privates On Parade’ is nog tot en met 2 maart 2013 in het Noël Coward Theatre te zien.
Deze voorstelling zag ik 's avonds op woensdag 5 december 2012
© foto Johan Persson

Cabaret - Savoy Theatre



In het Savoy Theatre is nog tot en met 19 januari 2013 deze productie te zien van ‘Cabaret’. Al in 2006 was deze versie geregisseerd door Rufus Norris in het Lyric Theatre aan Shaftesbury Avenue te zien, met destijds James Dreyfus als Emcee en Anna Maxwell Martin als Sally Bowles. Meer informatie over deze versie is in onderstaand verslag te lezen dat ik destijds in de week van de première schreef.
Vandaag 10 oktober gaat op Shaftesbury Avenue een nieuwe versie van de klassieker van Kander en Ebb in premiere. De musical ‘Cabaret’ is gebaseerd op de verhalen van Christopher Isherwood. Een jonge Engelse schrijver die in 1929 in Berlijn aankwam en een kamer huurde van een dame aan de Nollendorfstrasse die hij in zijn roman Fraulein Schroeder noemde (later Fraulein Schneider in de musical). Karakter Sally Bowles uit de musical is gebaseerd op Jean Ross uit zijn verhalen, een Engels meisje dat rebelleert tegen haar gegoede en gefortuneerde familie en zangeres wordt in een verlopen Berlijnse nachtclub. De bisexuele schrijver Clifford Bradshaw uit de musical is Isherwoods alter ego.
De Berlijnse verhalen van Christopher Isherwood vormden de basis voor een aantal toneelstukken en films, waaronder ‘I Am A Camera’. Deze laatste inspireerde de musical Cabaret van John Kander en Fred Ebb die in 1966 door Hal Prince en Joe Masteroff met Lotte Lenya als Sally Bowles op Broadway wordt gebracht .
Maar ‘Cabaret’ wordt het meest bekend als in 1972 Liza Minnelli als Bowles en Joel Grey als Conferencier op het witte doek worden vastgelegd in Bob Fosse’s versie. ‘Cabaret’ is daarna wereldwijd en in vele varianten opgevoerd, waarbij de Sam Mendes versie, die de premiere beleefde in 1993 in het Londonse Donmar Warehouse en later in New York meer dan 2300 voorstellingen speelde, ongetwijfeld de meest bejubelde en misschien wel de ultieme versie is. En die vergelijking is het probleem met iedere versie die je daarna ziet.
Simpel gezegd concentreert ‘Cabaret’ zich op de liefdesgeschiedenis tussen auteur Clifford Bradshaw en nachtclubzangeres Sally Bowles aan de ene kant en pensionhoudster Fraulein Schneider en groenten- en fruitverkoper Herr Schultz aan de andere kant, gezet tegen de achtergrond van de dreiging van het opkomende nationaal socialisme in het decadente Berlijn van de jaren dertig.
Een verhaal over liefde en verlies. Over hoop van mensen die liever hun ogen sluiten voor zaken die ze niet willen zien en vast proberen te houden aan hun eigen kleine geluk. En het besef van de toeschouwer die de loop van geschiedenis maar al te goed kent
De spil van ‘Cabaret’ is de rol van Sally Bowles hier gespeeld door Anna Maxwell Martin, een gevierd actrice uit de toneelwereld die hiermee haar musical debuut maakt. Ze weet toon te houden, maar daarmee is toch alles gezegd. In alle zangnummers merk je heel sterk dat ze geen zangeres is, ze heeft volume, maar uithalen worden op de meest vreemde momenten afgebroken. In haar grote nummer ‘Cabaret’ waarin Bowles terugkeert naar de nachtclub, gebroken door het leven en kapot van de drugs en drank, verwacht je tenminste iets van die wanhoop en pijn in de interpretatie van het nummer terug te vinden. Helaas. Meer schrijnend is dat ze ook in de spelscènes mij niet weet te raken en gedurende de hele voorstelling vlak en oppervlakkig blijft.
Michael Hayden als Clifford Bradshaw die eerder in de Sam Mendes versie in New York te zien was, is een stuk geloofwaardiger, een overtuigend zanger en gedreven in zijn spel. Grootste indruk op mij maakten Sheila Hancock en Geoffrey Hutchings als Schneider en Schultz, geweldige acteurs die van hun momenten op toneel juweeltjes maakten en een klasse prestatie leveren in songs als ‘It Couldn’t Please Me More’ en ‘Married’. En Hancock is bijzonder ontroerend in ‘What Would You Do ?’ wat terecht met een ovationeel applaus werd beloond.
James Dreyfus zet de Emcee op redelijk overtuigende wijze neer. Verbitterd, cynisch en manipulerend al blijft het lastig door zijn typerende mimiek deze Emcee los te koppelen van de vele comedy rollen waardoor hij meest bekend is.
Positief aspect van deze nieuwe ‘Cabaret’ is de prachtig gestileerde en energieke choreografie van Javier De Frutos die de seksuele decadentie van het Berlijn uit de jaren ‘30 mooi weergeeft, versterkt door de zwarte kostuums van de dansers/ensemble met sadomasochistische elementen. Veel verontwaardiging las ik van te voren over het confronterende naakt dat in deze productie te zien zou zijn. Nou dat valt erg mee.
Slechts een van de klanten van Fraulein Kost komt naakt het toneel op… Het overige naakt zit in ‘Tomorrow Belongs To Me’ waarin een parallel wordt getrokken met de Hitler Jugend en in de ‘Finale’ waarbij we naakte lichamen zien als de ten dode opgeschreven gevangenen in de concentratiekampen. Dit zijn indrukwekkende momenten, prachtig belicht en esthetisch erg mooi en terughoudend geënsceneerd.
Deze scènes zijn in schril contrast met vreselijke missers zoals bijvoorbeeld ‘Two Ladies’ dat in deze versie tenenkrommend banaal is en geen enkele ruimte aan de fantasie van de toeschouwer laat. Ook de scene met ‘If You Could See Her’ van de Emcee was niet echt een toonbeeld van goede smaak. Evenals een ridicule versie van ‘Money’. Ik heb me zitten ergeren aan het Duitse accent van diverse karakters. Het lijkt me duidelijk dat het verhaal zich in Berlijn afspeelt. Onnodig dus om dit te accentueren door de acteurs Engels met een overdreven Duits accent te laten spreken.
De link met de film ‘I Am A Camera’ wordt in deze nieuwe versie direct duidelijk in de openingsscene waarbij de toneelopening wordt afgesloten door een zwart scherm waarop in relief in enorme blokletters ‘Wilkommen’ staat waarbij in de O een levensgrote sluiter van een camera is gemonteerd die zich opent en waarachter de Emcee verschijnt. Het toneel zelf bestaat uit een enorme black box waarin diverse panelen, ladders en spiegels zijn gemonteerd die ten opzichte van elkaar verschuiven en de diverse locaties suggereren. Op papier misschien een goede oplossing, en er is niets tegen toneelbeelden die een en ander aan de fantasie van het publiek overlaten, maar de uitvoering hier is van een dermate karig niveau dat het lijkt alsof het op een dag in elkaar is getimmerd.
Ik kwam met een dubbel en vervelend gevoel de zaal uit. Ik had me erg verheugd op deze versie van ‘Cabaret’ onder regie van Rufus Norris. Een creatief team uit de serieuze artistieke hoek en een combinatie van spelers uit de toneel- en musicalwereld, had een mooie, innovatieve en verrassende voorstelling op kunnen leveren. Erg jammer dat ze daarin slechts ten dele zijn geslaagd.
We zijn inmiddels ruim 6 jaar verder en anno 2012 is het dus de eer aan popzanger Will Young en acrtrice Michelle Ryan om de hoofdrollen te vertolken en die beiden in deze klassieker hun musical debuut maken.
Veel van de kritiek die ik destijds had blijft ook nu wel overeind al is het geheel een stuk smaakvoller en meer decent. Veel van de banaliteiten waaraan ik me destijds stoorde in ‘Two Ladies’ zijn verdwenen en ook ‘If You Could See Her’ zorgt nu voor een indrukwekkend moment in de voorstelling.
Will Young’s Emcee is bijzonder knap neergezet en hij weet een mooie balans te vinden in de lichte aspecten van zijn karakter en de meer dreigende duistere kanten. Op momenten blikt de waanzin van zijn karakter door en bij de finale voor de pauze ‘Tomorrow Belongs To Me’ is het de vraag of hij collaborateur dan wel slachtoffer is.
Michelle Ryan speelt een mooie maar veel te gepolijste Sally Bowles. Ze zingt en danst voortreffelijk maar ik miste in haar interpretatie wel de enorme tragiek die dit karakter ook behoort te hebben. Het is allemaal veel te netjes en te voorkomend en dat knaagt helaas enorm aan de geloofwaardigheid van haar karakter.
De overige castleden spelen fantastisch. Matt Rawle zet zijn karakter Clifford Bradshaw zeer overtuigend voor het voetlicht en in mijn idee is het bisexuele aspect van zijn personage wat meer op de voorgrond en uitgesproken dan in andere versies die ik zag. Harriet Thorpe speelt opnieuw Fraulein Kost en Nicholas Tizzard een overtuigende Ernst Ludwig.
Maar vooral Linal Haft en Sian Phillips stelen de scènes in hun vertolkingen van Herr Schultz en Fraulein Schneider. Actrice Phillips is inmiddels 79 jaar maar levert hier een prachtige en ontroerende prestatie.
Hoewel deze versie gebaseerd is op die uit 2006 heb ik toch het gevoel naar een andere voorstelling te hebben gekeken. De sterke punten zijn overeind gebleven waaronder de prachtige energieke en soms confronterende choreografie van Javier De Frutos. Maar qua staging en enscenering zijn er toch ook wezenlijke verschillen met de eerdere versie. Ook het simpele bijna industriële design van Katrina Lindsay is op sommige punten aangepast en werkt nu beter.
Wat blijft is de essentie van ‘Cabaret’ waarbij zelfs de decadentie van Berlijn in die jaren niet bestand bleek tegen de gruwelijke werkelijkheid in hun niet al te verre toekomst en het besef van de toeschouwer die het verloop van die geschiedenis kent.
‘Cabaret’ blijft ruw en confronterend. Na het verstillen van de laatste scènes is het ijzingwekkend stil in de zaal waarbij pas na enige momenten het eerste aarzelende applaus klinkt.
‘Cabaret’ in het Savoy Theatre is een mooie indringende versie van deze geweldige Kander en Ebb klassieker. Misschien niet in alle opzichten perfect en af en toe een beetje rommelig maar zeer zeker een aanrader.
Deze voorstelling zag ik 's middags op woensdag 5 december 2012
© foto Jane Hobson

dinsdag 4 december 2012

The Bodyguard - Adelphi Theatre



De laatste jaren zijn de jukebox musicals gebaseerd op het werk van een populaire artiest en musicals gebaseerd op films meer regel dan uitzondering. ‘Ghost’, ‘Legally Blonde’, ‘Dirty Dancing’, ‘Shrek’ en ‘Top Hat’ vallen in de laatste categorie en de lijst met jukebox musicals is bijna eindeloos en veel van de Londense theaters worden bevolkt door dit genre. In veel gevallen erg succesvol zoals bij ‘Mamma Mia!’ ‘We Will Rock You’ en ‘Jersey Boys’.
De nieuwe musical ‘The Bodyguard’ valt eigenlijk in beide categorieën. Mijn kaartje had ik geboekt eigenlijk meer op Heather Headley die de hoofdrol speelt en niet perse omdat ik nu zo’n fan ben van de muziek van Whitney Houston. Headley die op Broadway de rol van Nala creëerde in ‘The Lion King’ en later de titelrol in ‘Aida’ maakt met deze rol haar debuut op West End. 
‘The Bodyguard’ is gebaseerd op de gelijknamige succesfilm uit 1992 met Whitney Houston en Kevin Costner in de hoofdrollen. Het originele script van Lawrence Kasdan is voor de musical bewerkt door Alexander Dinelaris. Het verhaal is vrij simpel en gaat over Rachel Marron een succesvolle muziek- en filmster die gestalked en bedreigd wordt en over Frank Farmer een voormalig geheim agent die ingehuurd wordt om haar te beschermen.
Maar het script zit erg sterk in elkaar. De karakters zijn geloofwaardig en je voelt je bij hen betrokken. De regie zorgt ervoor dat de aandacht op geen enkel moment verslapt, Het verhaal van Rachel Marron en haar meer dan enge stalker wordt op een dergelijke spannende manier opgebouwd dat je bij de climax bijna naar adem snakkend zit te kijken. ‘The Bodyguard’ is geregisseerd door gevierd toneelregisseur Thea Sharrock die de laatste jaren onder andere ‘As You Like It’, ‘The Sunshine Boys’, ‘Equus’ en ‘The Misanthrope’ regisseerde
De musical voelt ook eigenlijk meer als een toneelstuk met muziek omdat eigenlijk alleen Heather Headley als Rachel Marron en Debbie Kurup, die haar zus Nicki speelt, veel te zingen krijgen. Frank Farmer wordt fantastisch gespeeld door Lloyd Owen en Mark Letheren heeft de ondankbare taak om de onsympathieke stalker te spelen. En hij doet dat op een geweldige en creepy manier.
Al bij de proloog van de musical is er geen ontkomen aan en zorgt ervoor dat je direct in het verhaal zit. Het openingsnummer ‘Queen Of The Night’ biedt al gelijk een blik op het fantastische design van Tim Hatley (set en kostuums) waarbij schuivende panelen een bijna cinematografisch gevoel geven en waarbij scènes bijna geruisloos in elkaar overvloeien. Voeg daarbij een fenomenaal lichtplan van Mark Henderson waarbij de scènes van de optredens van Rachel Marron bijna als een popconcert zijn gestaged en qua design kan ‘The Bodyguard’ niet meer stuk. Het is echt een genot om naar te kijken. Ook de choregrafie van Arthur Pita biedt veel om van te genieten en kent verrassende invalshoeken.
Alle bekende songs van Houston passeren de revue, van ‘I’m Your Baby Tonight’ tot ‘One Moment In Time’ en van ‘I’m Every Woman’ tot ‘Run To You’.
De slotscène van de musical is ‘I Will Always Love You’. En eigenlijk is dat zo’n uitgekauwd nummer dat er niets meer van te maken lijkt. Maar deze scène is zo prachtig en simpel vormgegeven dat ik met kippenvel van top tot teen en in tranen zit.
Chapeau voor Heather Headley die de songs van Houston met veel respect voor de originele vertolking zingt maar toch zeer haar eigen stempel weet te zetten. Headley is simpelweg sensationeel en een genot om naar te kijken en luisteren.
Bovendien heb ik in Londen niet vaak een dergelijke ovatie meegemaakt waarbij het publiek bij de opkomst van de leads als één uit hun stoelen opstonden. En bij de toegift ‘I Wanna Dance With Somebody’ gaat het dak van het Adelphi Theatre er bijna af.
‘The Bodyguard’ is een meer dan fantastische productie en een absolute aanrader.
Deze voorstelling zag ik 's avonds op dinsdag 4 december 2012
© foto Paul Coltas

Top Hat - Aldwych Theatre


Erg veel matinees zijn er niet meer op dinsdag in Londen en nu ook ‘The Phantom Of The Opera’ hun matinee die dag hebben verplaatst naar donderdag was de keuze om met korting de musical ‘Top Hat’ nog een keer te bezoeken al snel gemaakt.

De voorstelling zag ik al eerder in mei van dit jaar en een uitgebreid verslag daarvan is elders op dit blog nog na te lezen.
Inmiddels is Summer Strallen vervangen door Charlotte Gooch in de rol van Dale Tremont.  En hoewel ze vocaal wat minder is dan Strallen levert ze een prachtige gracieuze prestatie. Tom Chambers speelt momenteel nog de rol van Jerry Travers en is te zien tot en met 2 februari 2013. Na die datum neemt Gavin Lee de rol over. Tom Chambers mag dan niet de beste zanger zijn maar dat is hem al snel vergeven als je ziet hoeveel charme hij zijn rol geeft.
‘Top Hat’ blijft echt een heerlijke musical om te zien en het is genieten van de vele grote dans- en ensemblenummers en een prachtig traditioneel toneelbeeld. Verwacht geen diepgravend plot maar een onderhoudend verhaal als een echte ‘situation comedy’ met veel humor die overtuigend wordt gebracht door bijvoorbeeld Martin Ball en Vivien Parry als het echtpaar Hardwick, Ricardo Afonso als de licht ontvlambare Alberto Beddini en Stephen Boswell als de butler Bates.
Deze voorstelling zag ik 's middags op dinsdag 4 december 2012
© foto Brinkhoff/Mögenburg

maandag 3 december 2012

Viva Forever! - Piccadilly Theatre



Op papier leek dit een meer dan ideale combinatie. Een nieuwe juke-box musical gebaseerd op de muziek van de succesvolle meidengroep de Spice Girls, geschreven door comédienne Jennifer Saunders en geproduceerd door Judy Craymer die ook verantwoordelijk was voor de wereldwijde hit ‘Mamma Mia!’. Girl power alom dus en de hype in de aanloop naar de previews was groots. Veel van de voorstellingen in die periode waren dan ook razendsnel uitverkocht.
Ik heb heel veel zin in deze musical en neem met een spannend gevoel mijn lang van tevoren geboekte plaats in. Een goed begin van een reeks van elf voorstellingen in Londen lijkt me. Een paar uur later verlaat ik teleurgesteld het theater. ‘Viva Forever!’ is duidelijk niet wat ik ervan verwacht had.
Een explosieve en energieke start in het openingsnummer ‘Wannabe’ bezorgt me kippenvel. Dit gaat een hele leuke avond worden denk ik nog.
Het verhaal is simpel en vertelt over het meisje Viva, samenwonend met haar moeder Lauren op een woonboot en met haar vriendinnen meedoet aan de talentenjacht ‘Starmaker’. En over de impact die de plotselinge weg naar roem heeft op haar vriendschappen en de relatie met haar moeder.
Maar het verhaal is veel te simpel om te kunnen boeien. Er zijn geen onverwachte plotwendingen en het geheel is erg voorspelbaar. Als je al aan het begin van de avond kunt deduceren hoe het verloop van het verhaal gaat zijn is er toch iets ernstig mis.
Het script van Jennifer Saunders is eerlijk gezegd niet meer dan een slappe ‘Absolutely Fabulous’ episode : met een verhaal over moeder Lauren haar dochter Viva en Suzi, de hartsvriendin van moeder Lauren is de link naar Edina, Saffron en Patsy al snel gelegd. Er zitten een paar leuke en rake one-liners in het script voornamelijk voor de rol van Suzi en voor Minty, de assistente van Simone, één van de juryleden in ‘Starmaker’.
Het script van Saunders leent uiteraard sterk op comedy maar probeert bij momenten ook dramatisch of absurdistisch te zijn en dat levert af en toe verwarrende scènes op. Een solo van Simone is bijvoorbeeld een droomscène waarin ze ‘I Turn To You’ zingt en waarbij ik in eerste instantie nog denk dat ze tot geloof is gekomen. Wat raar denk ik nog, totdat duidelijk is dat ze zingt over haar plastisch chirurg.
Het script leunt ook te sterk op het hier en nu van 2012 wat mij betreft. Weinig subtiel en de verwijzingen naar tweets en hashtags vliegen je om de oren. Ook zijn de vele zoektochten op TV naar onontdekt talent nu nog een hype maar als dat ooit overwaait verliest ook het gegeven van deze musical sterk aan kracht.
Het design van Peter McKintosh is echt prachtig en de manier waarop de woonboot geïntegreerd is in het decor en kan verdwijnen en verschijnen is zeer inventief. Howard Harrison is verantwoordelijk voor het lichtontwerp en ook dat is prachtig en sprankelend en in de Starmaker scènes bijna overweldigend.
Op de cast en het energieke ensemble is weinig aan te merken. Sally Ann Triplett die de rol van moeder Lauren speelt en vooral Sally Dexter als Simone, dragen wat mij betreft de show. Hannah John-Kamen die de hoofdrol Viva vertolkt vond ik eerlijk gezegd niet erg sterk en ging vocaal finaal de mist in bij het nummer ‘Mama’ de finale van de eerste akte. Hatty Preston die de rol van de onnozele Minty speelt en Tamara Wall die de rol van jurylid Karen gestalte geeft springen er dan weer in positieve zin uit.
Het idee voor de musical is van producente Judy Cramer en de vergelijking met ‘Mamma Mia!’ dient zich toch aan en ik denk dat niemand in 1999 het wereldwijde succes van die musical had kunnen voorzien. Of haar nieuwe geesteskind ‘Viva Forever!’ die triomftocht ook maar enigszins zal kunnen evenaren valt toch hevig te betwijfelen.
En wat had ‘Spice Up Your Life’ in de toegift een spetterende finale kunnen zijn als de voorstelling een stuk sterker was geweest. Nu blijft het publiek apathisch aan de stoelen gekleefd en dan helpen zelfs een paar ensemble-leden met goudkleurige megafoons niet meer om de bezoekers uit hun stoel te toeteren.
Deze voorstelling zag ik 's avonds op maandag 3 december 2012
© foto Brinkhoff/Mögenburg